Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek

   HOME:
 

Verwantschapsonderzoek

Wanneer verwantschapsonderzoek?

DNA-onderzoek kan worden uitgevoerd wanneer er verschil van mening of twijfel bestaat over de biologische verwantschap tussen personen. Het aantonen van de biologische verwantschap kan o.a. van belang zijn:

De mogelijkheid om biologisch verwantschapsonderzoek uit te voeren is afhankelijk van de vraagstelling, het aantal beschikbare familieleden en hun onderlinge biologische relatie en het type uitgangsmateriaal dat kan worden onderzocht.


 

Hoe meer personen betrokken kunnen worden bij het onderzoek hoe meer informatie verkregen kan worden over de verwantschap. Hiermee wordt ook de nauwkeurigheid van het onderzoek vergroot. Wanneer bijvoorbeeld één van de ouders niet kan worden onderzocht, zal dit een negatieve invloed hebben op de statistiek (zie ook deze folder). Er zal dan rekening moeten worden gehouden dat de statistische onderzoeksresultaten lager zullen uitvallen.
Ook is het aantal kenmerken op het DNA dat wordt onderzocht bepalend voor de betrouwbaarheid. Hoe meer kenmerken worden onderzocht, hoe betrouwbaarder het DNA-onderzoek.

In de meeste gevallen wordt wangslijmvlies als uitgangsmateriaal gebruikt om het DNA uit te halen. Maar wanneer een verwantschap moet worden bepaald met een overleden persoon, kan het onderzoek worden beperkt door het materiaal van deze persoon dat (nog) beschikbaar is.

Het FLDO is van mening dat niet alle verwantschapsvraagstellingen betrouwbaar te beantwoorden zijn met behulp van de nu beschikbare DNA-onderzoeksmethoden. Hierbij valt te denken aan vraagstellingen zoals halfbroer/halfzus relaties waarbij de ouders niet onderzocht kunnen worden, oom/tante versus neef/nicht of neven en nichten onderling. In deze folder wordt uitgelegd waarom het FLDO dergelijke vraagstellingen niet in behandeling neemt.
Ook onderzoeken naar etnische/geografische origine voert het FLDO niet uit voor particulieren.