Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek

   HOME:
 

Over het FLDO:

Ontstaan en geschiedenis

In 1994 kwam er een wijziging in de Nederlandse wet. Deze wet maakte het mogelijk om verdachten van zware criminele overtredingen te dwingen om mee te werken aan DNA-onderzoek. Die zelfde wet verschafte de verdachten ook de mogelijkheid om een onafhankelijk contra-expertise onderzoek uit te laten voeren door een ander laboratorium dan dat van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Dit andere (nieuwe) DNA-laboratorium moest wel voldoen aan de eisen en experimenten uitvoeren zoals voorgeschreven wordt door de wet.

In dit zelfde jaar werd aan de Universiteit Leiden door het Ministerie van Justitie gevraagd of het mogelijk was een onafhankelijk contra- expertise laboratorium voor forensische DNA studies op te zetten. Binnen de afdeling Humane Genetica (HG) van de Medische Faculteit werd dit "nieuwe" DNA‑laboratorium gestart: het Forensisch Laboratorium voor DNA-Onderzoek (FLDO).
Het FLDO behaalde een accreditatie (L198) bij de Nederlandse Raad voor Accreditatie (RvA), waardoor werd voldaan aan de eisen (norm NEN-EN-ISO/IEC 17025) die worden gesteld door de wet. De eerste zaken konden worden uitgevoerd.

In 1998 werd gestart met rechtsgeldig verwantschapsonderzoek voor particulieren. Bij een verwantschapsonderzoek worden de biologische verwantschappen tussen personen onderzocht. Bijvoorbeeld vader-moeder-kind, tweelingonderzoek, het controleren van een familiestamboom voor genealogische studies of het onderzoeken van biologisch materiaal van overleden personen.


 


Daarnaast heeft het FLDO van 2000 tot en met 2011 verwantschapsonderzoeken verricht voor de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND).

Ook houdt het FLDO zich bezig met de nieuwste ontwikkelingen binnen het vakgebied. Nieuwe methoden worden dusdanig ontwikkeld dat ze uiteindelijk kunnen worden toegepast bij forensische onderzoeken en verwantschapsonderzoeken.
Daarnaast wordt meer basaal populatie-genetisch onderzoek uitgevoerd om bijvoorbeeld inzicht te verkrijgen in de frequenties van de voor (forensisch) onderzoek gebruikte DNA-kenmerken in diverse menselijke populaties. Ook het ontwikkelen en implementeren van de voor het forensisch onderzoek noodzakelijke statistische methodologie is een onderdeel van de werkzaamheden van het FLDO.

Sinds 2005 wordt ook ancient DNA-onderzoek uitgevoerd. Er worden onderzoeksmethoden ontwikkeld waarmee uit oud biologisch materiaal (skeletten en gebitselementen) DNA kan worden geïsoleerd. De resultaten hiervan zijn belangrijk voor zowel de forensische toepassing (te denken valt aan oude vergane lichamelijke restanten) als de populatie-genetische onderzoekslijnen van de afdeling HG binnen het LUMC.